Btw reken je uit over het bedrag exclusief btw. Dat klinkt simpel, en de fout die vrijwel iedereen een keer maakt komt precies daar vandaan: terugrekenen doe je niet door er een percentage af te halen. Hieronder staan de formules voor beide kanten, met voorbeelden voor een factuur en voor een webshopprijs.
Wat is btw?
Btw is belasting over de toegevoegde waarde. De formele naam is omzetbelasting; ondernemers en de Belastingdienst bedoelen daar hetzelfde mee. Je rekent btw aan je klant, en draagt die af aan de Belastingdienst nadat je de btw op je eigen inkopen, de voorbelasting, eraf hebt gehaald. De klant betaalt hem via de prijs. Jij bent de tussenpersoon.
Dit artikel gaat over het rekenwerk. Hoe je een aangifte controleert en goedkeurt staat in btw-aangifte goedkeuren.
De formules
Van exclusief naar inclusief
Je hebt het bedrag exclusief btw, en wilt het totaal of alleen het btw-bedrag weten.
Bij het algemene tarief van 21%:
- Btw-bedrag = exclusief × 0,21
- Inclusief = exclusief × 1,21
Bij het verlaagde tarief van 9%:
- Btw-bedrag = exclusief × 0,09
- Inclusief = exclusief × 1,09
Voorbeeld: €100 exclusief bij 21% geeft €21 btw, dus €121 inclusief. Dezelfde €100 bij 9% geeft €9 btw, dus €109 inclusief.
Van inclusief naar exclusief
Je hebt een consumentenprijs of een totaalbedrag, en wilt weten welk deel omzet is en welk deel btw.
Bij 21%:
- Exclusief = inclusief ÷ 1,21
- Btw = inclusief − exclusief, of direct: inclusief × 21/121
Bij 9%:
- Exclusief = inclusief ÷ 1,09
- Btw = inclusief − exclusief, of direct: inclusief × 9/109
Voorbeeld: €121 inclusief bij 21% geeft €121 ÷ 1,21 = €100 exclusief, en €21 btw. Ter controle bij 9%: €109 ÷ 1,09 = €100 exclusief, en €9 btw.
Waarom niet “21% eraf”?
Dit is de fout. Je hebt €121 en je haalt daar 21% vanaf, dus €25,41. Je komt uit op €95,59 en dat is te laag.
De reden: die 21% is berekend over het bedrag exclusief btw, niet over het totaal. Reken je met het totaal, dan neem je een percentage van een te groot getal. Delen door 1,21 is de enige goede weg terug. Bij 9% geldt hetzelfde: deel door 1,09.
Alle richtingen in één tabel
| Richting | 21% | 9% |
|---|---|---|
| Exclusief → btw-bedrag | × 0,21 | × 0,09 |
| Exclusief → inclusief | × 1,21 | × 1,09 |
| Inclusief → exclusief | ÷ 1,21 | ÷ 1,09 |
| Inclusief → btw-bedrag | × 21/121 | × 9/109 |
Welk tarief gebruik je?
Het algemene tarief is 21%. De meeste goederen en diensten vallen daaronder. Het verlaagde tarief van 9% geldt voor een afgebakende lijst, waaronder de meeste etenswaren, boeken en een aantal diensten zoals kappers en fietsreparatie.
Die lijst verandert af en toe, dus controleer hem als het om je eigen omzet gaat. Per 1 januari 2026 is bijvoorbeeld de btw op logies verhoogd van 9% naar 21%. Dat raakt hotels, vakantiewoningen, bed and breakfasts en verhuur via platforms. Losse onderdelen die je apart aanbiedt, zoals een ontbijt, blijven wel op 9%.
Daarnaast bestaat het 0%-tarief en bestaat verlegging. Bij goederen die je aan een ondernemer in een ander EU-land levert, geldt vaak 0%. Bij diensten aan een ondernemer in een ander EU-land verleg je de btw meestal naar die klant. Dat is niet hetzelfde, en op de factuur staat het ook anders. Verkoop je aan particulieren in de EU, dan komt daar de landensplitsing en de éénloketregeling bij kijken; dat staat bij e-commerce boekhouding.
Een verkeerd tarief op een factuur is vervelend om achteraf recht te zetten, omdat de factuur en de aangifte allebei aangepast moeten worden.
Voorbeelden uit de praktijk
Factuur van een dienstverlener
Je uurtarief is €80 exclusief btw en je valt onder het algemene tarief.
- Btw: €80 × 0,21 = €16,80
- Totaal inclusief: €80 × 1,21 = €96,80
Op de factuur zet je het bedrag exclusief, het percentage, het btw-bedrag en het totaal. Zo kan je klant het narekenen, en jij later bij de aangifte ook. Hoe je dat in het portaal doet staat bij verkoopfacturen maken.
Webshopprijs
Je klant ziet een prijs inclusief btw. Jij boekt omzet exclusief btw, plus de btw apart. Precies daarom is het bedrag dat binnenkomt op je bankrekening nooit gelijk aan je omzet.
Neem een productprijs van €36,25 inclusief 21% btw.
- Exclusief: €36,25 ÷ 1,21 = €29,96
- Btw: €36,25 − €29,96 = €6,29
Die €29,96 is het bedrag waar je marge over rekent. Reken je over €36,25, dan telt die €6,29 btw mee als omzet, terwijl je hem gewoon moet afdragen. Je winst per verkoop lijkt dan €6,29 hoger dan hij is, en bij een dunne marge is dat het hele verschil. Zie wat is winstmarge.
Bij kortingen en bundels werkt het hetzelfde: bepaal eerst de nieuwe prijs inclusief btw, reken die terug naar exclusief, en kijk dan pas wat er van je marge overblijft.
Vier fouten die we vaak zien
- 21% van het totaal aftrekken in plaats van delen door 1,21. Je bedrag exclusief wordt te laag en je btw te hoog.
- Het verkeerde tarief op een productgroep, meestal 9% waar 21% hoort.
- Inclusief en exclusief door elkaar halen, bijvoorbeeld inkoop exclusief vergelijken met verkoop inclusief.
- Een platformuitbetaling als omzet boeken. In één bedrag van Shopify of bol zitten omzet, btw, kosten en soms retouren. Boek je dat als één regel omzet, dan klopt je btw niet en je marge ook niet.
Van berekening naar aangifte
Per factuur of order reken je de btw uit. De aangifte is niets anders dan de optelsom over een periode: de btw die je in rekening bracht, min de voorbelasting die je zelf betaalde, plus eventuele correcties.
Zorg daarom dat je administratie per regel het bedrag exclusief, het tarief en het btw-bedrag bewaart. Dan hoef je aan het eind van het kwartaal niet terug te puzzelen wat “€121 op die factuur” ook alweer betekende.
Wil je de aangifte niet zelf doen? Wij controleren en dienen hem in vanaf €29 per maand exclusief btw. Bekijk hoe het werkt, de prijzen, of vraag je exacte prijs aan.